Kledingverstrekking

Bij je indiensttreding werd je voorzien van een basis kledingpakket. Voor de tijd aan de opleidingsschool bestond dat uit een aantal overhemden met lange mouw, een aantal overhemden met korte mouw, 2 snelbinders (jawel, stropdassen!) een aantal zwarte sokken, een uniformbroek en tuniek, een palingvel (lange regenjas van skai), een duffelse jas, een pet, een judopak, sportkleding, sportschoenen voor buiten, sportschoenen voor binnen, een zwembroek, kortom je werd van alle gemakken voorzien qua kleding. Ook kreeg je een koppel, een pistooltas, een opschrijfboekje van leer, een rolmaat, een geel vetkrijt potlood en een knevelketting uitgereikt. Voor het aanmeten van de dienstkleding werden we ontboden op de Prinsengracht, het centraal kledingmagazijn van de gemeente Amsterdam, zeg maar een winkel waar alle gemeente ambtenaren hun kleding aan lieten meten. Het label van de dienstpantalon zat aan de binnenkant van de broek op de kontzak. Voor ons als jonge aspiranten was het totaal nieuw, je ging naar een echte kleermaker en die nam de lichaamsmaten van je op. Met een clubje van 10 collega's kwamen we daar aan en werden meteen naar de kantine gedirigeerd. Wat voor ons nieuw werd ervaren, was voor het personeel van de Prinsengracht gesneden koek, daar was weer zo'n groep jonge honden….. Een van de kleermakers die er werkte, voldeed aan ons prototype van een kleermaker: een Albert Mol-type: met zwierige passen kwam hij aanlopen met om zijn nek het centimeterlint en om zijn linkerpols zo'n speldenkussentje waar de spelden in zaten. Met zwoele stem ontbood hij de eerste paar nieuwe kandidaten. De achterblijvers waren benieuwd hoe de binnenkant van de benen opgemeten zou worden en het gelach was niet van de lucht. De maatjes die opgemeten waren kwamen terug en vertelden in geuren en kleuren hoe alles opgemeten werd. Natuurlijk werd er een scheppie bovenop gedaan. Mijn broek paste precies en toen de kleermaker vroeg of ik hem meteen aanhield, had ik beter "nee" kunnen antwoorden. Voor dat ik het wist stond ik voorover geleund tegen de snijtafel met mijn broek op knieholtehoogte, terwijl de kleermaker half naast mij, door zijn knieën gezakt, met een viltstift mijn stamnummer en datum van levering op het label op de kontzak schreef. Het was maar goed dat mijn maatje direct getuige was van deze situatie, anders had ik tot in lengte van jaren uit kunnen leggen wat daar op de snijkamer nu precies gebeurde……. |