GGD slager

In de jaren 80 was er nog een slagerij gevestigd op roepafstand van het bureau.
Als ik mij niet vergis was dit "slagerij Vet".
Gedurende de avonddienst had dienstgroep 5 de assistentie dienst en behandelde derhalve het interne gebeuren van het bureau, inclusief de arrestantenzorg.
Tijdens deze dienst werd een man binnengebracht en voorgeleid voor de brigadier-wachtcommandant. Na zijn verhaal te hebben aangehoord sloot de wachtcommandant de man in, in een van de arrestantencellen.
Voordat de dienstdoende kamerwacht terug was van de cellengang begon deze man al te bellen. De kamerwacht weer terug en vroeg de arrestant wat er aan de hand was.
De man klaagde over allerlei pijnen in zijn lichaam, waarop de kamerwacht hem mededeelde dat hij een arts van de GGD zou bestellen.
Normaliter duurt dat 1 tot 2 uur voordat een arts aan het bureau komt.
In deze tijd bleef de arrestant maar op de bel drukken en klagen over zijn pijnlijke lichaam.
Eindelijk, de GGD-arts arriveerde, sprak met de wachtcommandant en de dienstdoende kamerwacht en begaf zich vervolgens naar de betreffende arrestant, om deze man aan een medisch onderzoek te onderwerpen.
Na geluisterd te hebben naar de klachten van de arrestant en hem beklopt, bevoeld, beprikt en beluisterd te hebben, gaf hij de arrestant wat aspirientjes met water en verliet hem.
Zijn bevindingen aan de wachtcommandat kwamen er op neer dat hij niets kon vinden en vermoedde dat het een simulant betrof, die probeerde aan zijn insluiting te ontkomen.
De wachtcommandant noteerde een en ander in het dagrapport en de arts verliet het pand.
Niet lang daarna begon het weer: bellen en klagen, bellen en klagen, tevens zeggend dat hij niet kon geloven dat de man die hem onderzocht had een arts was.
Hij wilde een echte dokter spreken.
Een van de oudgediende hoofdagenten van de groep was binnen, wist wat er gaande was, maar was nog niet gezien door de arrestant.
Deze hoofdagent zei vervolgens dat hij wel raad wist met dit geval, liep de straat op en begaf zich naar slagerij Vet. Binnen een paar minuten was hij terug met wat geleende spullen van de slager.
Vervolgens trok hij in de wachtruimte een bebloede slagersjas (ooit wit, nu uiterst vaal) aan en stak een slijpijzer en het grootste slagersmes dat ik ooit gezien heb in zijn ceintuur.
Hierop liep hij naar de bewuste cel die voor hem opengedaan werd en staande in de deuropening sprak hij de woorden: "Goedenavond, de GGD-arts, wat zijn de klachten?".
Het enige dat de lijkwitte arrestant al stotterend zei, was dat hij zich een stuk beter voelde en geen hulp nodig had.
Tot de volgende ochtend aan toe bleef de arrestant van zijn belletje af.