De schilder

Bij een van de zovele verbouwingen van het bureau waren de schilders binnen in het bureau bezig om de deuren van een ander kleurtje te voorzien. De deuren werden geschuurd, afgenomen met een ontvetter om hierna de deur in de zacht roze verf te zetten.
Zoals bijna alle schilders lieten zij de deuren na het ontvetten even drogen en hadden zij even tijd om een bakkie te doen in de kantine. Dat gaf ons mooi de tijd om de deur die klaar was om afgeschilderd te worden, van de begane grond, om te ruilen met een deur waar nog niets aan gedaan was, van de 4e etage.
Alle deuren waren namelijk van hetzelfde formaat en paste dus in iedere deuropening.
De deur die geschuurd en ontvet was hadden wij weer even in de herenkleedruimte veiliggezet.Nadat de schilder, na een bakkie gedaan te hebben, terug kwam bij de deur die afgeschilderd moest worden, stond hij met stomheid geslagen. Hij begreep hier niets van. Hij wist toch zeker dat hij deze deur geschuurd en ontvet had, maar deze deur was voorzien van de oude blauw gekleurde verf en was rondom bekrast. Hoe kon dat nu?
Hierop ging de schilder, met de lift, alle etages af. Hij zag dat daar nog de deuren met de oude blauw gekleurde verf inzaten. Hij begreep er echt helemaal niets van. Niet wetende dat de lift maar tot de 3e etage ging en hij kennelijk in de veronderstelling was dat dit de bovenste etage was. Om naar de 4e etage te gaan moest namelijk van de trap gebruik gemaakt worden.
Terwijl de schilder op onderzoek uit was gaf dit ons mooi de gelegenheid om de deur, die geschuurd en ontvet was en die even veilig was gesteld in de heren kleedruimte, weer om te wisselen met de deur met de oude blauw gekleurde verf.
Nadat de schilder weer op de begane vloer aangekomen te was, wist hij echt niet meer wat hij zag. Had hij nu gedroomd? Waren er geesten in dit politiebureau? Hij wist het echt niet meer. Al hoofd schuddend zagen wij de schilder afdruipen, na het zoveelste geintje wat hem geflikt was.