Boetedoening

Op een doordeweekse avond, tegen elf uur, bevond ik mij in het bureau achter de publieksbalie toen ik een Nederlands gezin het bureau binnen zag komen.

Het gezin bestond uit een man, vrouw en twee kleine kinderen.

Ze zagen er allemaal dodelijk vermoeid en onverzorgd uit. Ik zag dat de vrouw zich kennelijk schaamde om de situatie, want zij verschool zich grotendeels achter haar man.
De man sprak mij aan en vroeg: "Kan ik u even spreken?"

Ik gaf hierna aan een collega door dat ik het gezin even apart zou nemen en ging hen even later voor naar de opvangkamer.
Ik vermoedde dat zij die dag nog niets gegeten en gedronken hadden en bood hen aan wat te halen.
Gelukkig waren er nog enkele pakketten arrestantenbrood over, bestaande uit vier sneetjes brood met kaas en zakjes hagelslag, die vervolgens gretig werden opgegeten door de kinderen.
Na een bak koffie en thee kwam het verhaal.
De man vertelde mij: "We zien het niet meer zitten. Wij zijn enkele jaren geleden, voorgoed naar Frankrijk vertrokken om daar een bestaan op te bouwen. In eerste instantie ging dit goed, maar in de loop van tijd ging het zakelijk slecht en konden wij daar niet meer blijven. Enkele dagen geleden zijn wij berooid teruggegaan naar Nederland.
Bij onze familie konden wij niet aankloppen, omdat wij indertijd ruzie met hen hadden.

Wij hebben sinds onze aankomst in Nederland alleen maar rondgezworven met onze kinderen. We hebben de laatste dagen bijna niet geslapen. Ik weet niet meer wat ik moet doen."

Wat een rare situatie. Normaalgesproken komen alleen buitenlandse vluchtelingen en asielzoekers aan het bureau, maar een normaal Nederlands gezin was toch eigenlijk wel uniek.
Gezien het tijdstip zou het moeilijk worden om ze voor de nacht onder te brengen, maar er was altijd wel een oplossing voor dit soort problemen.

Ik keek de man aan en dacht, toch klopt er iets niet met hem.

Ik nam hierna telefonisch kontakt op met de "Zusters Augustinessen" een kerkelijk opvanghuis, dat gevestigd is in de Warmoesstraat vlak bij de Dam, en legde dit probleem voor aan de zuster die de telefoon beantwoordde.

"We zijn vol meneer", kwam het antwoord.
"Dat is jammer zei ik." Ik legde vervolgens nogmaals uit, dat het gezin echt aan een behoorlijke portie nachtrust toe was en dat ik deze mensen met hun kinderen onmogelijk in de hal van het bureau kon laten slapen.

Het werd hierna even stil aan de telefoon.
De zuster zei hierna: "Ik zou de vrouw en de kinderen vannacht bij ons kunnen laten slapen, maar de man zult u ergens anders onder moeten brengen."

Gelukkig, een deel van het probleem was opgelost, nu nog de man onder zien te brengen.
Ik bedankte de zuster en besprak met de man en vrouw dat in ieder geval zij met de kinderen bij de Zusters Augustinessen konden slapen.

Weer kwam de gedachte bij mij op dat er iets met de man aan de hand moest zijn.
Ik had ondertussen al de personalia van het gezin opgeschreven en zei tegen de man en vrouw, dat zij moesten overleggen of zij van het aanbod van de Zusters gebruik wilden maken.

Ik liep vervolgens naar de computer en tikte de persoonsgegevens van de man in.

Bingo!

De man stond gesignaleerd. Hij werd sinds enkele jaren gezocht voor het plegen van een misdrijf en moest enkele duizenden guldens betalen. Bij het niet betalen van deze boete stond hem een vervangende gevangenisstraf van enkele maanden te wachten.
Het cynisme kwam in mij op. Zo, ook voor de man had ik nu onderdak. Een cel aan het hoofdbureau. Nu nog even de mededeling doen dat ook hij een slaapplaats had.

Ik bracht het daarna wel even anders. "Meneer", zei ik. "Ook voor u heb ik een plek om te slapen."
Ik zag dat de man blij opkeek.
"De plek is echter niet echt gerieflijk. Ik zal het u maar direct zeggen. U staat gesignaleerd voor een behoorlijke boete dan wel een vervangende gevangenisstraf van enkele maanden."

Ik zag dat de man eerst verbaasd, vervolgens boos en daarna berustend naar mij keek. "Ik had dit wel verwacht, maar ik kan de boete niet betalen", antwoordde hij mij.

Ik stelde hen hierna voor de problemen één voor één aan te pakken. Eerst zorgen voor een portie slaap en daarna het probleem met de boete oplossen.
Hiermee gingen de man en vrouw uiteindelijk akkoord.
De vrouw en kinderen werden vervolgens door een collega naar de Zusters gebracht.
De man bracht, na het opmaken van het nodige papierwerk, de nacht door in een cel aan het hoofdbureau.
Ik had van de man enkele telefoonnummers van zijn naaste familie gekregen en legde aan een zus van hem de situatie uit.
Deze zus was blij dat ik kontakt met haar had opgenomen en zij deelde mij mede dat zij ervoor zou zorgen dat de boete de volgende dag aan het bureau voldaan zou worden.

Toen ik de volgende middag op dienst kwam, las ik in de dagrapporten dat de boete van de man betaald was en dat het gezin door zijn zus was meegenomen.