Auteur:Roel Visser
jaar: 1982


Irren ist menschlich.


Brigadier-wachtcommandant Hans legde de telefoon neer en vertelde ons dat de receptionist van het hotel schuin tegenover het bureau gebeld had. De receptionist was getuige geweest van het feit dat 3 Duitsers, 2 mannen en een vrouw, breeduit verhaald hadden over een door hen gepleegde bankoverval in Duitsland. Hierbij hadden zij enorme pakken met geld laten zien waar de banderolles nog omheen zaten, een kapitaal aan Duitse marken.
Voorts hadden zij medegedeeld dat zij voornemens waren om in Amsterdam eens flink de bloemetjes buiten te zetten. Een en ander had zich afgespeeld aan de bar en nadat zij deze verlaten hadden om naar hun kamer te gaan had hij gebeld.

Hans wees mij en nog twee collega,s aan en gaf ons de opdracht erheen te gaan. Na een korte doch ferme sprint, begonnen met de bekende sprong over de balie, arriveerden wij bij het hotel en vervoegden ons bij de receptionist. Deze bevestigde één en ander, wees naar boven, noemde het kamernummer en ontfermde zich weer over zijn werkzaamheden.

Van een arrestatie-eenheid haden wij in die tijd nog nooit gehoord. Op een niet te omschrijven wijze voegde dergelijke situaties iets toe aan het totaalbeeld dat behoorde bij het gevoel een compleet stukje te zijn van de puzzle waarin je je bevond. Een sleutel had de receptionist ons niet gegeven en wij hadden daar ook niet naar gevraagd. Drie pistolen van het merk FN werden doorgeladen en wij gingen naar boven. Aangekomen bij de kamer met het opgegeven nummer was het slechts een kwestie van positie kiezen. Een tel later vloog de deur eruit en stormden wij naar binnen. Weer een tel later werden drie personen onder schot gehouden. Lijkbleek, bibberend en met ogen als schoteltjes stonden ze bij elkaar. Eén van ons hield ze in de gaten en door de andere twee werd de kamer doorzocht. Overal kwamen pakken met geld vandaan, uit toilettassen, vanonder matrassen, uit kussenslopen, het bleef maar doorgaan.....

Echter, nergens konden wij een wapen vinden. Met de verdachten en een kussensloop vol met geld terug naar het bureau, waar zij na te zijn voorgeleid, werden ingesloten in het dagverblijf. Vervolgens was het tellen geblazen en uiteindelijk bleek het om een bedrag van om en nabij de 180.000 DM te gaan.
Tijd voor koffie.
Hierna was het tijd voor de finale van deze triomf. Een van ons nam plaats aan de plottafel en begon aan een grensoverschrijdend gesprek. Nummers van de banderolles werden doorgegeven alsmede de personalia van de verdachten. Overtuigd van het feit dat wij een "wereldzaak" hadden genoten we van elk moment van deze zegetocht.
Kennelijk werd er aan de andere kant van de lijn flink wat uitgevogeld want het bleef lange tijd stil.

Op een gegeven moment trok de collega wit weg en begon aan zijn stropdas te rukken, zei "Danke" en ramde de hoorn op de haak.

Terwijl wij voor de zekerheid alles nog eens na hadden gelopen, onder andere de genialiteit van het luid brullen dat we van de "Polizei" waren. We waren in uniform, dat wel maar men wist maar nooit. Inmiddels was de collega van het telefoongesprek bij ons komen staan.

Bijna in coma deelde hij ons mede dat het aangetroffen geld "aan de vrouwelijke verdachte rechtens toebehoorde middels een notarieel bekrachtigde erfenis na het overlijden van haar vader". Hierna had zij het plan opgevat om, samen met twee vrienden, inderdaad, in Amsterdam de bloemetjes eens flink buiten te zetten.

Mij een raadsel hoe je in deze oorzaak en gevolg bij elkaar kunt houden. Och, lieve Heer, met welke redenen omkleed U uwer plannen om uw onderdanen tot dergelijk gedrag te bewegen. Het verhaal van de overval hadden ze compleet verzonnen. Totaal over de zijk zagen wij toe hoe de "verdachten" met het geld keurig in de kussensloop het bureau verlieten. Hans dubbel van het lachen en een prachtrapportage in het dagrapport.